Informatie en spelregels 

Twentse Open Kampioenschappen Mousetrap Car Race

 

Doel

Ontwerp en maak een voertuig dat alleen wordt aangedreven door de veerkracht van een

eenvoudige muizenval. Het construeren van de voertuigen past prima in de lessen techniek of natuurkunde. Het Twents Techniekmuseum HEIM is organisator van dit evenement. Het Techniekmuseum organiseert deze wedstrijd in het kader van de Het Jaar van de Duurzame Energie. Een onderwerp waar we dit jaar veel aandacht aan besteden in het museum. Dit project wordt gesubsidieerd door de Provincie Overijssel.

 

Prijzen

Er zijn drie onderdelen waarop het voertuig wordt beoordeeld:

1. Snelheid.

2. De totaal afgelegde afstand

3. Originaliteit en creativiteit

Voor ieder onderdeel is er, voor het winnende team, een leuke prijs te winnen. Daarnaast is er één hoofdprijs: De Mousetrap Car Race Trofee voor de school die het best scoort op het totaal van de 3 categorieën.

 

Deelname

Deelname is gratis. Iedere school kan meedoen. U kunt zich aanmelden tot uiterlijk 10 september 2010. Iedere school vaardigt maximaal 3 teams af, die op 25 en 26 november a.s. deelnemen aan de kampioenschappen in het Techniekmuseum.

 

Materialen

De aandrijving mag alleen gemaakt zijn van de standaard muizenval, welke door het Techniekmuseum wordt verstrekt. De muizenvalauto moet zelf gemaakt zijn, dus geen bestaande voertuigen of bouwpakketten. De muizenval mag niet opgevoerd worden.

 

Wedstrijdprocedure

Alle pogingen worden getimed. Ieder team krijgt 3 startpogingen voor snelheid en afstand.

 

Regels

1. Alle voertuigen die niet voldoen aan de regels worden gediskwalificeerd.

2. Het voertuig mag niet langer zijn dan 50 centimeter en niet breder dan 20 centimeter.

3. Alleen de verstrekte muizenvallen van het Techniekmuseum mogen dienen als aandrijving. Verdere motoren, batterijen of 

    andere toevoegingen zijn niet toegestaan.

4. Starthulp zoals een helling of katapult is niet toegestaan.

5. Het voertuig mag niet aangeduwd of getrokken worden.

6. Tussen de pogingen door mogen kleine verbeteringen of reparaties worden uitgevoerd.

7. Per school mogen maximaal 3 teams meedoen.

8. Leerlingen werken binnen een team van maximaal vijf personen.

9. Er zijn twee categorieën: de bovenbouw van de basisschool en de onderbouw van het voortgezet onderwijs. Deze twee

     categorieën strijden niet tegen elkaar.

10. De finale vindt plaats op donderdag 25 en vrijdag 26 november 2010. Het Techniekmuseum maakt een overzicht op welke

     van de beide dagen welk team aan de beurt is.

 

Oppervlak wedstrijdbaan

De wedstrijd in het museum wordt gehouden op een vloer van gecoat beton. Leerlingen kunnen op hun school alvast oefenen in bijvoorbeeld de gymzaal of de aula.

 

Voor wie

De kampioenschappen zijn bedoeld voor de groepen 7 en 8 van het basisonderwijs en de klassen 1, 2 en 3 van het voortgezet onderwijs in de regio Twente.

 

Kerndoelen

Hieronder ziet u een overzicht van de kerndoelen die verwerkt zijn in de mouse trap car race.

 

Kerndoelen basisonderwijs

Kerndoel 42

De leerlingen leren onderzoek doen aan materialen en natuurkundige verschijnselen, zoals licht, geluid, elektriciteit, kracht,

magnetisme en temperatuur.

Kerndoel 44

De leerlingen leren bij producten uit hun eigen omgeving relaties te leggen tussen de werking, de vorm en het materiaalgebruik.

Kerndoel 45

De leerlingen leren oplossingen voor technische problemen te ontwerpen, deze uit te voeren en te evalueren.

 

Kerndoelen voortgezet onderwijs (onderbouw)

Kerndoel 28: Onderzoek leren doen

De leerling leert vragen over onderwerpen uit het brede leergebied om te zetten in onderzoeksvragen, een dergelijk onderzoek

over een natuurwetenschappelijk onderwerp uit te voeren en de uitkomsten daarvan te presenteren.

Kerndoel 29: Sleutelbegrippen

De leerling leert kennis te verwerven over en inzicht te verkrijgen in sleutelbegrippen uit het gebied van de levende en

niet-levende natuur, en leert deze sleutelbegrippen te verbinden met situaties in het dagelijks leven.

Kerndoel 30: Het milieu

De leerling leert dat mensen, dieren en planten in wisselwerking staan met elkaar en hun omgeving (milieu), en dat

technologische en natuurwetenschappelijke toepassingen de duurzame kwaliteit daarvan zowel positief als negatief

kunnen beïnvloeden.

Kerndoel 31: Processen in de natuur

De leerling leert o.a. door praktisch werk kennis te verwerven over en inzicht te verkrijgen in processen uit de levende en

niet-levende natuur en hun relatie met omgeving en milieu.

Kerndoel 32: deel 2: Theorieën en modellen

De leerling leert te werken met theorieën en modellen door onderzoek te doen naar natuurkundige en scheikundige

verschijnselen als elektriciteit, geluid, licht, beweging, energie en materie.

Kerndoel 33: Techniek

De leerling leert door onderzoek kennis te verwerven over voor hem relevante technische producten en systemen, leert

deze kennis naar waarde te schatten en op planmatige wijze een technisch product te ontwerpen en te maken.